Meteen naar de inhoud

De derdebetalersregeling voor logopedisten

Bij de derdebetalersregeling betalen de ouders alleen het persoonlijk aandeel, en vraagt de logopedist de tegemoetkoming van het ziekenfonds zelf aan met de getuigschriften en een verzamelstaat. Een logopedist mag ze sinds 1 januari 2022 voor elke patiënt en elke verstrekking toepassen, maar is er niet toe verplicht.

Het korte antwoord

  • De derdebetalersregeling is voor logopedisten een keuze: ze is overal toegelaten, ook op school, maar nergens verplicht.

  • Wie de derdebetalersregeling toepast, moet de tarieven van de overeenkomst respecteren, ook als hij niet geconventioneerd is.

  • De ouders betalen het persoonlijk aandeel: het honorarium min de tegemoetkoming van het ziekenfonds voor dat nomenclatuurnummer.

  • Het remgeld komt in het vakje K.B. 15.07.2002 op het getuigschrift voor verstrekte hulp, en het deel van het ziekenfonds vraag je aan met een verzamelstaat in twee exemplaren.

  • Je dient de stukken in uiterlijk twee maanden na het einde van de maand van de verstrekkingen; het ziekenfonds betaalt vóór het einde van de maand na de indiening.

De uitwerking

Wat is de derdebetalersregeling?

Normaal betalen de ouders het volledige honorarium aan de logopedist en krijgen ze de tegemoetkoming achteraf terug van hun ziekenfonds, met het getuigschrift voor verstrekte hulp. Bij de derdebetalersregeling draait dat om: de ouders betalen alleen wat hen ten laste blijft, en de logopedist int de rest rechtstreeks bij het ziekenfonds.

Voor de ouders is het verschil groot. Zij schieten het bedrag niet voor en hoeven niets meer in te dienen. Voor de logopedist betekent het meer administratie en een betaling die later binnenkomt, maar ook een drempel minder voor gezinnen voor wie een maandfactuur zwaar weegt.

Mag of moet een logopedist de derdebetalersregeling toepassen?

Sinds 1 januari 2022 zijn alle verboden om de regeling toe te passen voor artsen, tandartsen en logopedisten afgeschaft. Een logopedist hoeft er ook niet meer uitdrukkelijk voor te kiezen bij het RIZIV: je past ze toe wanneer je wil, bij wie je wil, en waar de zitting ook doorgaat. Het oude verbod op school bestaat niet meer.

Voor logopedisten is de regeling nergens verplicht. Op de pagina van het RIZIV staan de verplichte gevallen opgesomd voor huisartsen, voor artsen bij consultaties op afstand, voor tandartsen en voor bandagisten, maar niet voor logopedisten. Ook bij een kind met verhoogde tegemoetkoming is het dus jouw keuze, al is het voor die gezinnen vaak het verschil tussen wel of niet komen.

Welke voorwaarden gelden er?

Het RIZIV stelt drie voorwaarden voor de derdebetalersregeling bij logopedie. Ze zijn kort, maar elk ervan bepaalt wat er op papier komt.

De tarieven van de overeenkomst
Je rekent niet meer aan dan het conventietarief, ongeacht of je tot de overeenkomst toetrad. Het conventietarief werkt hier als plafond: lager mag, hoger niet.
Het remgeld op het getuigschrift
Het bedrag dat de ouders betalen, komt in het vakje K.B. 15.07.2002 op het getuigschrift voor verstrekte hulp. Je mag het remgeld geheel of gedeeltelijk laten vallen.
Het ontvangstbewijs voor de ouders
Het deel ontvangen van het getuigschrift vul je in, onderteken je en geef je terug aan de patiënt. Het deel RIZIV gaat naar het ziekenfonds.

Hoeveel betalen de ouders nog zelf?

De ouders betalen het persoonlijk aandeel, ook remgeld genoemd: het honorarium min de tegemoetkoming die het ziekenfonds voor dat nomenclatuurnummer betaalt. Dat is geen vast bedrag. Het verschilt per code, want een aanvangsbilan, een zitting van 30 minuten en een zitting van 60 minuten hebben elk een eigen honorarium en een eigen tegemoetkoming.

Het hangt ook af van het statuut van het kind. Bij verhoogde tegemoetkoming is de tegemoetkoming hoger en het persoonlijk aandeel dus lager. Een gewoon verzekerd kind betaalt meer. De bedragen staan per ingangsdatum in de tarieflijst van het RIZIV voor logopedisten, en wijzigen bij elke indexering.

Omdat je bij de derdebetalersregeling de conventietarieven moet respecteren, is het honorarium per code meteen bekend. Wie normaal een eigen, hoger tarief hanteert, rekent voor dat kind dus het conventietarief aan, zodat het persoonlijk aandeel overeenkomt met wat het RIZIV voorziet.

Een rekenvoorbeeld met de tarieven van 1 september 2026

Neem Lore, die een zitting van ten minste 30 minuten krijgt voor een taalontwikkelingsstoornis in de praktijk, nomenclatuurnummer 713311. Volgens omzendbrief 2026/196 van het RIZIV, van toepassing vanaf 1 september 2026, is het conventietarief daarvoor 38,37 euro. Bij een logopedist die tot de overeenkomst toetrad, is de tegemoetkoming 32,87 euro voor een gewoon verzekerd kind en 36,37 euro voor een kind met verhoogde tegemoetkoming.

Met de derdebetalersregeling betalen de ouders van Lore dan 5,50 euro per zitting als ze gewoon verzekerd zijn, en 2,00 euro met verhoogde tegemoetkoming. De rest, 32,87 of 36,37 euro, vraagt de logopedist met de verzamelstaat aan het ziekenfonds. Voor een zitting van 60 minuten of een aanvangsbilan liggen alle bedragen anders, dus het persoonlijk aandeel is nooit een vast bedrag per zitting.

Is de logopedist niet toegetreden, dan rekent hij bij derde betaler hetzelfde conventietarief aan, maar is de tegemoetkoming voor een gewoon verzekerd kind sinds 1 april 2026 een kwart lager. Het persoonlijk aandeel ligt dan hoger. Bij verhoogde tegemoetkoming geldt die vermindering niet. Deze bedragen wijzigen bij de volgende indexering; kijk altijd de actuele tarieflijst na.

Wanneer kies je voor de derdebetalersregeling?

Omdat het een keuze is, loont het om ze bewust te maken in plaats van per gezin te improviseren. Een paar vragen helpen daarbij, en ze staan los van wat je software kan.

Voor welke gezinnen?
Voor iedereen, alleen bij verhoogde tegemoetkoming, of op vraag. Een vaste regel is makkelijker uit te leggen dan een uitzondering.
Wat met je eigen tarief?
Wie normaal meer aanrekent dan het conventietarief, verdient minder per zitting via derde betaler. Reken dat vooraf door.
Kan je de wachttijd dragen?
Het deel van het ziekenfonds komt pas maanden na de zitting binnen. In een opstartende praktijk weegt dat op de kas.
Wie doet de administratie?
Elke maand verzamelstaten per ziekenfonds, betalingen nakijken en weigeringen opvolgen. Dat is een vast moment in je maand.

Hoe vraag je het deel van het ziekenfonds aan?

Elke maand stuur je per patiënt het deel RIZIV van het getuigschrift voor verstrekte hulp naar het ziekenfonds, met twee exemplaren van een maandelijkse verzamelstaat. Die staat vermeldt de naam en het inschrijvingsnummer van elke patiënt, het bedrag ten laste van het ziekenfonds per patiënt, het totaal en de gegevens die het ziekenfonds nodig heeft om te betalen. Sommige ziekenfondsen bieden daar een eigen model voor.

Je dient in uiterlijk twee maanden na het einde van de maand waarin je de verstrekkingen gaf. Voor zittingen in maart is dat dus uiterlijk 31 mei. Het ziekenfonds betaalt vóór het einde van de maand die volgt op de maand waarin je de stukken indiende.

Elk ziekenfonds betaalt apart, dus je maakt per ziekenfonds een staat. Werk je in een groepspraktijk waar elke logopedist zelf factureert, dan maakt elke logopedist zijn eigen staten, want op de staat staat één RIZIV-nummer en één rekeningnummer.

Wat als het ziekenfonds een getuigschrift weigert?

Het ziekenfonds betaalt alleen wat het terugbetaalt: een zitting zonder geldig akkoord, buiten de periode van het voorschrift of met een verkeerd nomenclatuurnummer, wordt niet vergoed. Het bedrag van dat getuigschrift komt dan niet binnen via de staat.

Wat je daarmee doet, leg je best vooraf vast in je praktijkafspraken. Wie het geweigerde deel alsnog aan de ouders aanrekent met een aangepaste factuur, zegt dat bij de start van de behandeling. Zo wordt een weigering van het ziekenfonds geen discussie met een gezin.

Zo helpt Logobuddy je hierbij

In Logobuddy is derde betaler een vinkje op het dossier. De rest volgt bij het maken van de factuur: het honorarium, het persoonlijk aandeel, het getuigschrift en de verzamelstaat.

  • Het conventietarief als plafond

    Bij derde betaler of verhoogde tegemoetkoming wordt het honorarium het conventietarief van die code op die dag. Een hoger bedrag met de hand weigert Logobuddy; lager mag.

    Facturatie
  • Alleen derde betaler waar het kan

    Derde betaler wordt pas toegepast op een regel met een goedgekeurd voorschrift en een echt nomenclatuurnummer. Anders betalen de ouders alles, en de factuur zegt het.

    Derde betaler en getuigschriften
  • Het getuigschrift zoals het ziekenfonds het kent

    In het bedragvak staat het persoonlijk aandeel met sterretjes als vulling, zoals *Ja***9,50***, zodat er niets bij te schrijven valt. Een factuur met zittingen via derde betaler en zonder krijgt twee getuigschriften.

    Derde betaler en getuigschriften
  • Verzamelstaten en betalingen opgevolgd

    Per zorgverlener en ziekenfonds een verzamelstaat in twee exemplaren, een melding twee weken vóór de termijn, en de betaling van het ziekenfonds die je per staat boekt. Een geweigerd getuigschrift gaat terug naar de ouders.

    Derde betaler en getuigschriften